Kinderen en scheiden: het ouderschapsplan

De wet stelt verplicht dat er een ouderschapsplan moet worden opgesteld voor minderjarige kinderen, om het scheidingsverzoek te kunnen indienen. Zonder een ouderschapsplan zal de rechter het echtscheidingsverzoek niet in behandeling nemen. Ook voor samenwoners is een ouderschapsplan handig, want er wordt vastgelegd wat jullie hebben afgesproken over de kinderen. Wat houdt zo’n ouderschapsplan nu eigenlijk in?

Inhoud ouderschapsplan

Een ouderschapsplan is pas een ouderschapsplan als er minimaal 5 verplichte onderwerpen in staan (buiten de gegevens van de ouders en kinderen):

  1. Bij welke ouder is de hoofdverblijfplaats van de kinderen, dat wil zeggen bij wie staat het kind ingeschreven in de Basisregistratie Personen (voorheen GBA);
  2. Hoe is het gezag geregeld?
  3. Hoe ziet de omgang met de andere ouder (de niet-verzorgende ouder ofwel de ouder bij wie het kind geen hoofdverblijfplaats heeft) eruit?
  4. Wat is er afgesproken over de kinderalimentatie?
  5. Op welke wijze is het ouderschapsplan met het kind besproken?

Over deze onderwerpen moeten dus afspraken worden gemaakt in het ouderschapsplan. Alle andere onderwerpen die ouders willen afspreken over de kinderen mogen erin, maar zijn niet verplicht. Veel ouders nemen bijvoorbeeld op dat de termen “papa” en “mama” gereserveerd blijven voor de “echte” ouders en niet voor eventuele nieuwe partners. Ook komen afspraken over sport, kapper, medische aangelegenheden etc veelvuldig voor. Voorbeeld ouderschapsplan pdf

Hoofdverblijfplaats

Voor veel ouders is het duidelijk bij wie het kind de hoofdverblijfplaats zal hebben. Voor andere ouders is het niet zo vanzelfsprekend. Het kind kan maar op één plek tegelijk staan ingeschreven. Veelal wordt gekozen voor de ouder bij wie het kind de meeste tijd doorbrengt. In dat geval moet met de andere ouder een omgangsregeling worden vastgesteld, zie hieronder.

De hoofdverblijfplaats heeft niets te maken met de zeggenschap over het kind. Hoewel in veel gevallen dagelijkse dingen zullen worden beslist door degene bij wie het kind de meeste tijd doorbrengt, zijn beide ouders – mits zij samen het gezag hebben (in de volksmond ook wel voogdij genoemd – verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van het kind. Veelal wordt in een ouderschapsplan opgenomen dat degene bij wie het kind verblijft op dat moment de dagelijkse zorg over het kind heeft.

Het is een hardnekkig misverstand dat kinderen boven de 12 jaar “zelf mogen kiezen” waar ze gaan wonen. Dat is onjuist. Bij de rechter zullen de kinderen hun mening mogen geven in een zogenoemd kindgesprek. Maar dat betekent niet dat ze mogen kiezen. Ze mogen hun voorkeur doorgeven, maar ouders bepalen uiteindelijk waar ze officieel gaan wonen en hoe de omgangsregeling met de andere ouder eruit komt te zien.

Evenmin is het zo dat alle kinderen uit eenzelfde gezin op hetzelfde adres moeten zijn ingeschreven. In het kader van een “eerlijke verdeling” wordt er nog wel eens voor gekozen om één kind bij de ene ouder en het tweede kind bij de andere ouder in te schrijven. Dat gebeurt overigens meestal bij ouders die een co-ouderschap aangaan, zie onderstaand.

Gezag

Gezag wordt in de volksmond vaak voogdij genoemd. Een voogd is echter een ander dan de ouders. Ouders hebben altijd gezag en geen voogdij. Als ouders getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben (mits het kind is erkend), hebben zij beiden automatisch het gezamenlijk gezag. Als ouders niet gehuwd zijn, is voor het verkrijgen van het gezamenlijk gezag niet alleen nodig dat de andere ouder het kind heeft erkend, maar kan ook het gezag worden aangevraagd met toestemming van de moeder bij de rechtbank. Uitgangspunt van de wetgever is dat beide ouders het gezamenlijk gezag hebben en houden na echtscheiding.

Omgang en co-ouderschap

Een omgangsregeling is simpelweg de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tussen de ouder bij wie het kind staat ingeschreven (de zogenoemde verzorgende ouder) en de andere ouder (de niet-verzorgende ouder). In het uiterste geval is deze 50/50, hetgeen co-ouderschap wordt genoemd. Co-ouderschap staat niet in de wet, het is geen officiële term. Alle verdelingen zijn in principe mogelijk. De “standaard”-omgangsregeling van een weekend in de veertien dagen, is allang geen standaard meer, maar is ingehaald door een verdeling die beter bij ouders en kinderen past. Ook hierbij hebben kinderen boven de 12 jaar geen vastgelegd recht om te kiezen hoe de omgangsregeling eruit komt te zien. In veel gevallen wordt wel in overleg met het (oudere) kind gekeken naar een goede verdeling voor alle partijen.

Alimentatie

Kinderalimentatie is de bijdrage die de niet-verzorgende ouder aan de verzorgende ouder betaalt voor de kosten van de kinderen. Te denken valt aan schoolgeld, eten, drinken, kosten van kinderopvang, zwemles etc. De hoogte van de alimentatie wordt bepaald door vele factoren:

  • De behoefte van het kind (gebaseerd op het vroegere gezinsinkomen)
  • De draagkracht van de niet-verzorgende ouder
  • De draagkracht van de verzorgende ouder
  • De omgangsregeling en de daaraan gekoppelde zorgkorting (niet te verwarren met de ziektekostenpremie)
  • De hoogte van het kindgebonden budget

Bij het berekenen van de kinderalimentatie worden door de rechter de Tremanormen in acht genomen.

Voor meer informatie over alimentatie, klik hier!

Bespreken van het ouderschapsplan

Kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn. Ze hebben zo spoedig mogelijk duidelijkheid nodig in een periode waarin alles voor hen onzeker is. Om er zeker van te zijn dat de ouders de regeling die ze hebben getroffen, duidelijk is gemaakt aan de kinderen, moet er in het ouderschapsplan staan of en op welke manier de afspraken zijn besproken. Uiteraard is dit leeftijdsafhankelijk.

Tot slot

Een ouderschapsplan is een basis voor een goede regeling en afspraken over de kinderen. Maar behoeften veranderen in de loop der jaren. Een dreumes heeft een ander weekritme dan een basisschoolkind of een puber. Het is dan ook gebruikelijk dat het ouderschapsplan eens in de zoveel tijd wordt besproken om te zien of er aanpassingen nodig of wenselijk zijn. Het is dan ook geen statisch document dat van 0-18 jaar houdbaar is.

Gratis adviesgesprek